Innovatie en duurzaamheid met onderwijs in Gouden Sportwagen!

mei 22, 2012 § 2 reacties

Innovatie en duurzaamheid in internationale context zijn van essentieel belang om onze voorsprong in de land- en tuinbouw vast te houden. De Topsectoren Agro&Food en Tuinbouw&Uitgangsmaterialen hebben daarom terecht de prioriteit gelegd bij de “belevingswereld” van jongeren in het onderwijs. Door de belevingswereld van jongeren als uitgangspunt te nemen, kunnen bedrijfsleven EN onderwijs meer mensen boeien en binden aan de land- en tuinbouw. Het agrarische onderwijs moet weer “sexy” worden, heb ik in een eerder blog aangegeven, en kan daarmee extra instroom van goed opgeleide arbeidskrachten opleveren. Er zal zeker een betere aansluiting komen tussen arbeidsmarkt en onderwijs! Het plan is nu dat bedrijven een netwerk gaan vormen van zgn. economische clusters, met het onderwijscluster als participant. Hiervoor zijn 3 prioriteiten door de Topsectoren benoemd, namelijk 1)aantrekkelijk werkgeverschap en imago, 2)beroepsgericht opleiden en 3)flexibel en levenslang leren. Hierbij moet internationaal denken en handelen een basiscompetentie worden. Een en ander is terug te vinden op de website http://www.hca-agrofoodtuinbouw.nl onder het kopje Human Capital Agenda (HCA).

Het is goed om in deze verkiezingstijd de politiek te wijzen op bovengenoemde plannen en prioriteiten. We zijn zo weer en halfjaar tot een jaar verder, voordat we een nieuwe coalitie en een nieuw kabinet hebben. De aandacht voor de jongeren en voor het (agrarische) onderwijs mag niet verslappen, anders gaan we straks internationaal zeker achterlopen. Terecht wordt het internationaal denken en handelen een nieuwe basiscompetentie op de agrarische scholen in Nederland als exportland. Want de ontwikkelingen in de landbouw gaan snel, niet zo zeer in West Europa met zijn verstedelijkt gebied. Nee, veel meer in “nieuwe” landen als Brazilie, Rusland, China en zelfs India, die dankbaar gebruik maken van onze Wageningse kennis en onderzoek! Nederland zal daarom zijn eigen eigen ontwikkelingen moeten versnellen, door meer vraaggestuurd onderzoek en innovatie, maar juist ook door versterking van het maatschappelijk draagvlak (duurzaamheid). Het gebruik van social media zal ook in het bedrijfsleven een en ander in versnelling brengen.

Er wordt de laatste tijd veel gesproken over de “Gouden Driehoek”, met de 3 O’s overheid, bedrijfsleven/ondernemers en onderzoek. Ik zou hier willen pleiten voor de “Gouden Sportwagen” met de 4 wielen overheid, bedrijfsleven/ondernemers, onderzoek EN onderwijs. Want alleen met een goed samenspel tussen deze 4 partijen in economische clusters gaan we vooruit met duurzaamheid en innovatie in internationale context. En nog belangrijker hierdoor wordt het agrarische onderwijs weer “sexy”, want  de aanpak met sportwagens en snelheid spreekt de jongeren aan. Daarom politici: vergeet de (agrarische) jongeren niet en kies voor duurzaam en innovatief onderwijs in een internationale omgeving. Start de Gouden Sportwagen en stimuleer de vernieuwing in het agrarische onderwijs!

Advertenties

Topteam AgroFood gaat voor beter onderwijs!

april 16, 2012 § Een reactie plaatsen

De plannen en budgetten van het Topteam Agro&Food druppelen langzaam door in de vakpers. De accenten worden gelegd op gezondheid, duurzaamheid en voedselzekerheid. Met als sleutelwoord INNOVATIE, maar wat betekent innovatie zonder goed onderwijs in de Agro&Food-sector en zonder voldoende middenkader in het agrarische bedrijfsleven en op de agrarische bedrijven? De Kamer van Koophandel in Brabant heeft dit onderwerp scherp neergelegd. Zij pleit onder meer voor kruisbestuiving tussen onderwijsinstellingen op het gebied van hightech, logistiek, gezondheid en groen. Het onderwijs moet beter aan sluiten op de arbeidsmarkt en weer sexy worden. Te weinig jongeren kiezen nu voor een opleiding in de Agro&Food-sector; een beter imago en een goede aansluiting op de praktijk zijn daarom heel belangrijk. Zowel door meer kruisbestuiving tussen de onderwijsinstellingen, als door meer samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven met (internationale) stages en leerprojecten. De Brabantse Kamer van Koophandel spreekt verder over het aantrekken van internationaal talent en over meer focus, dus niet in elke stad dezelfde opleiding (maar vooral thema/sectorgewijs voor meer motivatie en diepgang).

Het Topteam Agro&Food wil met zijn rapport en aanpak de Agro&Food-sector nog steviger op de kaart zetten, met investeringen in de richting van 1) meer met minder 2) hogere toegevoegde waarde en 3) internationaal leiderschap. Dat alles met een groot draagvlak bij de consumenten. Wat mij betreft begint dat met beter onderwijs in de Agro&Food-sector en onderschrijf ik de visie van de Kamer van Koophandel in Brabant. Want dan pas kunnen we meer vraaggestuurde research en innovatie realiseren en een versterking krijgen van het maatschappelijk draagvlak voor extra groei in onze Agro&Food-sector van nu al 48 miljard euro, naar straks zelfs 59 miljard euro toegevoegde waaarde. Dat is nog steeds goed voor 10% van de Nederlandse economie en werkgelegenheid! Cijfers om trots op te zijn, maar laat ons die trots eerst door laten klinken in het onderwijs, om meer instroom van goed opgeleide arbeidskrachten te krijgen in het agrarische bedrijfsleven en op de agrarische bedrijven.

Vraaggestuurde markt voor mest betekent huiswerk!

maart 25, 2012 § 2 reacties

Vraaggestuurde markt voor mest ipv. mestaanbod gedreven markt, is belangrijk in het kader van het nieuwe mestbeleid. Het InnovatieNetwerk te Utrecht heeft daarover vorig jaar al een goed rapport geschreven. Zie hiervoor hun website http://www.innovatienetwerk.org en de titel van het rapport is “Markt voor Mest” oftewel de ontwikkeling van vraaggestuurde ketens voor grondstoffen uit mest (mei 2011). Mest is van oudsher een waardevol product om de bodemvruchtbaarheid op peil te houden, maar sinds enkele jaren is er sprake van een niet binnen de Nederlandse landbouw plaatsbaar mestoverschot. Dit mestoverschot zal de komende jaren, o.a. door uitbreiding van de melkveestapel, nog meer toenemen en moet buiten de Nederlandse landbouw worden afgezet. Door de sterk groeiende druk op de mestmarkt zullen de kosten van de mestafzet nog verder stijgen; richting 2015 zal dit ook de melkveehouderij treffen. Om tot een structurele oplossing te komen zal mest van een afvalproduct tot een waardevolle grondstof moeten worden, aldus het InnovatieNetwerk. Het winnen van groene energie en het hergebruiken van stikstof en fosfaat dragen bij aan de klimaat- en milieudoelstellingen van de overheid, dus investeringssubsidies liggen in het verschiet. Er zijn inmiddels wel voldoende technieken om energie en mineralen uit mest te winnen, maar het aantal initiatieven voor mestverwerking is nog beperkt. De meeste initiatieven betreffen mestvergisting voor het winnnen van biogas, om electriciteit en warmte te produceren. Let op, mestvergisting geeft wel energie, maar lost het mineralenvraagstuk niet op! En de vraag is of er in de toekomst voldoende co-producten zijn voor een rendabele mestvergisting; dit blijkt nu al niet het geval te zijn. Naast mest wordt natuurlijk kunstmest in de landbouw gebruikt, waarin eveneens fosfaat, stikstof en kali zijn verwerkt. Ook hier zijn steeds betere technieken beschikbaar om mest of digestaat (na vergisting) zodanig te bewerken of raffineren, dat de producten de werking van kunstmest benaderen. Hergebruik van mineralen zou om reden van schaarste fosfaat en milieubelasting zeer wenselijk zijn, maar op dit moment is het gebruik van kunstmestvervangers nog beperkt en helaas sterk gereguleerd! Belangrijk voor de toelating van zgn.  mineralenconcentraten uit mest als kunstmestvervanger, is de werkingscoefficient en ook de afwezigheid van zware metalen. Veel waterzuiveringsinstallaties zijn al gericht op terugwinning van mineralen, bijv. in de vorm van struviet;  gecombineerde verwerking van mest en slib uit de waterzuivering behoort dan ook tot de mogelijkheden, volgens genoemd rapport van het InnovatieNetwerk. Tenslotte kunnen andere producten uit mest worden gemaakt, deze worden nu nog “specialties”  genoemd. Het gaat hier bijv. om de productie van algen op basis van de mineralen uit mest en de CO2 plus warmte, die vrijkomt bij de verbranding van biogas. Ook de productie van eiwitten door bacterien, die groeien op biogas kan een optie zijn. En zelfs de productie van zgn. cyanophycine en fumaarzuur voor de chemische industrie behoort tot de mogelijkheden, aldus het InnovatieNetwerk. Maar de markten, waarbij grondstoffen uit mest een belangrijke rol kunnen spelen, zijn nog in ontwikkeling en daar zit hem de kneep! Er is wel een potentiele vraag naar diverse grondstoffen en producten uit mest, maar we hebben deze markt nog niet goed in kaart gebracht. We moeten nog wennen aan een vraaggestuurde markt in plaats van een mestaanbod gedreven markt, zoals nu het geval is. En dat begint al in de akkerbouw, de groenteteelt en de fruitteelt; welke producten/concentraten zijn gewenst, wat is de bemestingswaarde en hoeveel afzetmogelijkheden zijn er in binnen- en buitenland? Maar ook praktische oplossingen voor de melkveehouderij zijn hard nodig, omdat de melkveestapel richting 2015 een serieuze uitbreiding laat zien. Er is dus volop (mest)huiswerk te doen de komende maanden, voordat staatssecretaris Bleker met zijn overhoring kan beginnen. Daarom mestpartijen succes om tot een vraaggestuurde samenwerking te komen in de mestmarkt!

Onderzoek STAPEL met snoepjes is om te huilen!

november 8, 2011 § Een reactie plaatsen

Het onderzoek van ex-hoogleraar sociale psychologie Diederik Stapel uit Tilburg is letterlijk en figuurlijk om te huilen. In het Brabants Dagblad van 5 november j.l. lees ik een beschrijving van een van zijn onderzoeken met schoolkinderen. Bij het onderzoek zouden de “wetenschappers” kinderen een soort Nijntje-figuren (met of zonder tranen) laten kleuren en ze belonen met snoepjes. En dan vragen of ze die snoepjes met anderen kinderen wilden delen. De verwachting van de “wetenschappers” was, dat tranen ons socialer maken en dat de kinderen, die de kleurplaten met de tranen hadden gekleurd, meer bereid zouden zijn om hun verkregen snoep te delen. Dat onderzoek zouden ze bij politici of hoogleraren zelf moeten doen, dan zou de wereld er heel anders uit kunnen zien. Voor middelbare scholieren had ex-hoogleraar Stapel een variant met woordzoekpuzzels bedacht. Dat zou in de politiek of op de universiteiten ook niet misstaan. De uitkomst van het onderzoek stond al vast; het bevestigde de theorie die de “wetenschappers” vooraf bedacht hadden, niet een beetje, maar helemaal. Het was te mooi om waar te zijn, aldus professor Vingerhoets uit Tilburg, die zijn verhaal doet in het Brabants Dagblad. Eerst kwam er verbazing bij Vingerhoets, later kwam de twijfel. Hij vroeg Stapel om een digitaal bestand van de onderzoeksgegevens en kreeg aanvankelijk te horen, dat die nog niet ingevoerd waren! Een zo duurbetaalde hoogleraar, die zelf onderzoeksgegevens (handmatig) turft en ook nog tijd vindt voor een groot aantal wetenschappelijke publicaties? En niemand die aan de universiteitsbel trok; dat moesten wij in de veehouderij eens doen, daar worden wij dubbel en dwars gecontroleerd door een aantal NGO’s. Ik vraag mij in alle eerlijkheid af wat het Stapel-effect is op de 2 andere hoogleraren, te weten Marcel Zeelenberg ,economische psychologie te Tilburg, en Roos Vonk, sociale psychologie te Nijmegen. En wat betekent deze grootschalige fraude voor het vakgebied Sociale Psychologie, als al hun onderzoek puur kwalitatief (turfen/aannames) in plaats van kwantitatief (digitaal/statistiek) uitgevoerd is de afgelopen jaren? Het Nijntje-onderzoek is letterlijk en figuurlijk om te huilen, maar is het de bedoeling dat we nog medelijden krijgen ook? Een volledige rectificatie van de landbouw- en veehouderij-gerelateerde onderwerpen door bijv. Roos Vonk, zou ik zeer op prijs stellen; want eerlijkheid duurt het langst, ook bij het delen van snoepjes!

Vegetariers egoistischer en minder sociaal ? (deel 2)

oktober 17, 2011 § Een reactie plaatsen

Er was de laatste maand veel ophef over het zogenaamde onderzoek van Diederik Stapel, ondersteund door Marcel Zeelenberg en Roos Vonk. Allen hoogleraren uit Tilburg en Nijmegen en zeer begaan met ons consumentengedrag; en volgens mij 2 van de drie ook overtuigd vegetarier! Stel er is daadwerkelijk gesjoemeld met de onderzoeksgegevens of nog erger Diederik Stapel heeft zijn eigen databank met gegevens ingeklopt, zonder echte onderzoeksgegevens, dan kunnen ook de hieronder staande conclusies getrokken worden. Zeker onder begeleiding van hoogleraren of stafmedewerkers , die overtuigd vleeseter zijn. Wie kan er eigenlijk en op welke manier hoogleraar worden en wie mag er wetenschappelijk onderzoek doen en daarover publiceren?? Ik zie heel veel verschillende, nieuwe leerstoelgroepen en part-time invullingen van het hoogleraarschap.

OMGEKEERDE ONDERZOEKSUITKOMSTEN bij de psychologische betekenis van vlees kunnen zijn: 1)Denken aan vlees maakt mensen meer sociaal en in diverse opzichten minder “hufterig”. 2)Mensen kiezen eerder vegetarisch, wanneer ze zich onzeker voelen, wellicht omdat het een gevoel van superioriteit of status geeft. 3)Mensen voelen zich, na het denken aan vlees, meer verbonden met anderen, meer geliefd en minder eenzaam.

Zo kan ik natuurlijk nog wel een tijdje doorgaan, maar wat betekent dit voor al het onderzoek van diezelfde hoogleraren en voor het vakgebied, waarin zij werken? Heeft de School of Social and Behavioral Sciences in Tilburg of uberhaupt de  Leerstoelgroep Consumentenwetenschappen hun beste tijd gehad? Ik vrees van wel, als er geen strengere controle komt op hun onderzoeksgegevens en onderzoeksresultaten. Fraude kan blijkbaar ook een belangrijke rol vervullen; dat verklaart waarom onzekere mensen meer behoefte hebben aan fraude, volgens OMGEKEERD ONDERZOEK. Het maakt ook dat mensen “hufteriger” worden als ze aan fraude denken en zich eenzamer voelen! Fraude bedrijven is blijkbaar een manier om jezelf te verheffen boven anderen.” Maar door jezelf te verheffen, verlies je ook de verbinding met anderen”, aldus Roos Vonk. Ik blijf benieuwd naar reacties van de andere hoogleraren, met name uit Wageningen (WUR), of vanuit de Nederlandse Zootechnische Vereniging (NZV). Wij blijven allemaal erg stil in de landbouw, terwijl Roos Vonk en haar vrienden nog steeds actief zijn in de media en op Twitter. Laat van je horen, nu er nog boeren en boerinnen zijn om het vlees te produceren!

(vrij naar het persbericht van Roos Vonk)

LEI-onderzoekers IN ZICHT, boeren UIT ZICHT

juli 15, 2011 § Een reactie plaatsen

LEI-onderzoekers zijn IN ZICHT en boeren UIT ZICHT en wel met een lijvig rapport van 138 pagina’s. Winkelwaarde 26,75 euro (incl. 6% BTW), Boerenwaarde ?? (excl. veel leesuren). Het ministerie van EL&I is opdrachtgever om te onderzoeken wat er voor nodig is om veehouders ertoe te bewegen om te laten zien hoe zij hun dieren houden. Met zo’n vage vraagstelling is het geen wonder dat LEI-onderzoekers 138 pagina’s nodig hebben om tot hun conclusies te komen! Maar het economisch instituut zelf had zo’n opdracht niet moeten aanvaarden. Meer burgers zullen gaan kijken hoe de veehouder zijn dieren houdt, als de veehouder zelf aanwezig is en betrouwbare toelichting geeft op zijn bedrijf en de volgende schakels in de keten. En meer veehouders zullen inzichtelijk maken hoe zij hun dieren houden, als geinvesteerd wordt in voorlichting aan en professionalisering van veehouders. Jongens, jongens, wat een “wetenschappelijke” conclusies! Waarom is zo’n lijvig rapport als VEE IN ZICHT nodig van ons belastinggeld? Betrokken onderzoekers hadden beter de tijd en energie kunnen stoppen in het vraagstuk van de lage, zeg maar gerust, slechte opbrengstprijzen voor de veehouders. Want zonder profit geen duurzame veehouderij en zonder duurzame veehouderij uberhaupt geen toekomst voor onze veehouders en dus UIT ZICHT!

Waar ben ik?

Je bekijkt artikelen getagd met onderzoek voor Boerenlog.

%d bloggers liken dit: